

En weer had ik het voorrecht vele uren door te brengen in de leefomgeving van een familie steenuil, ergens diep in de binnenlanden van het Utrechts-Hollandse veengebied. Na ruim drie jaar geregelde aanwezigheid in hun territorium ben ik ook volledig geaccepteerd door de vaste bewoners en hun nakomelingen, als ik mij althans hul in een zeer klein schuiltentje. Zodra mijn gezicht even zichtbaar is lijkt de liefde niet meer zo duidelijk van twee kanten te komen. Om dan toch een gevoel van verbondenheid of desnoods nabijheid op te roepen plaats ik vaak een lens met bijpassende camera tussen mijn gezicht en dat van mijn gastheer of gastvrouw. Werkt geweldig en ik vermoed dat sommige van hun onderstaande beeltenissen bij jou dezelfde sensatie opwekken: ik zie je goed, je bent vlakbij.
Ik heb op die plek heel wat uiltjes bezig gezien, drie jaar lang hetzelfde paar en hun in totaal vijf uitgevlogen jongen, resp. 1, 2 en 2 dit jaar, en heb ook de voedselkeuze van de steenuiltjes op die plek redelijk goed, doch niet systematisch, kunnen waarnemen. Steenuilen zijn generalisten met een heel gevarieerd dieet. Verbazend genoeg heb ik ze op deze plek nooit zien langskomen met een harige of gevederde prooi. Er zijn in de loop van april tot september uitsluitend ongewervelde prooien aangevoerd, drie seizoenen lang: rupsen, emelten, kevers, regenwormen, spinnen, een enkele libel en vooral veel veenmollen, kennelijk hun stapelvoedsel op deze plek. Een braakbal uit dit territorium zat vol met niet nader te determineren insectenschildjes, muizenbotjes ontbraken. Misschien ligt hier de verklaring voor het relatief lage aantal uitgevlogen jongen? Bovengenoemde waarden liggen onder het landelijke gemiddelde en voor heel Nederland is vastgesteld dat steenuilen op de zandgronden grotere broedsels hebben dan paartjes in klei- of veengebieden. Het lijkt er veel op dat kwaliteit en beschikbaarheid van hun prooidieren, in samenhang met kenmerken van het lokale landschap, bepalend zijn voor steenuilbroedsucces. Er blijven nog wel wat vragen hangen, onder anderen: waardoor heeft dit steenuilenpaar niet geprofiteerd van het goede muizenjaar 2026 en hoe komt het dat juist in veengebieden, met veelal hogere muizendichtheden dan zandgebieden, het broedsucces van steenuilen lager is?
Hier nog eens op doorgezocht en in good old HBWP deel IV, 1985, vond ik een overzicht dat aangeeft dat insecten en daarvan vooral kevers, in heel Europa het meest worden aangevoerd. De crux is, natuurlijk, energie: daarop wijst Niko Tinbergen die begin jaren '30 de prooiaanvoer voor één steenuilenbroedsel onderzocht. Hij concludeerde dat insecten en dan vooral kevers veruit het meest worden aangevoerd, maar dat veldmuizen, in mindere mate bos- en woelmuizen de 'energetische hoofdbuit' vormen. Van noord naar zuid in Europa en over winter naar zomer zie je een toename van de aantallen gepredeerde insecten; muizen zijn overal het hoofdgerecht. En onze familie steenuil dan? Maar eens wat meer van hun braakballen verzamelen en uitpluizen.
Het eerste brede onderzoek naar de prooikeuze van steenuilen is in 1936 en '37 in Engeland en Wales uitgevoerd onder leiding van Ms Alice Hibbert-Ware. Steenuilen werden in Engeland, tweede helft 19e eeuw geïntroduceerd door de grootgrondbezitters kolonel Meade-Waldo en Lord Thomas Littleton Powys, the 4th Baron of Lilford en een eminent Brits ornitholoog. De uilen begonnen zich, vanuit de plekken van eerste introductie in midden- en zuidoost Engelend, snel te verspreiden. Na verloop van tijd maakten allerlei andere edellieden zich grote zorgen over deze invasives en de mogelijke predatie van de kuikens van hun jachtwild, patrijs, fazant etc. Destijds al onwaarschijnlijk bevonden en om dit, voor eens en altijd recht te zetten stuurde Ms Hibbert-Ware 73 helpers het veld in die van 81 plekken, materiaal uit 76 nesten, 2460 braakballen en 28 maaginhouden verzamelden. Haar conclusie was dat steenuilen in alle seizoenen vooral prederen op kleine knaagdieren en insecten en in het broedseizoen ook zangvogels als spreeuw, merel, mus en zanglijster grijpen. De kranten verklaarden de steenuil 'not guilty' en de landheren haalden opgelucht adem: hun jachtgenot werd niet aangetast. De uiltjes verspreidden zich ongehinderd verder over heel Engeland, Wales, delen van Schotland. Mooi voorbeeld van een goede invasie. Ze bezetten een kennelijk lege ecologische niche en concurreerden niemand weg. De steenuil is inmiddels volledig geaccepteerd als onderdeel van de Britse biodiversiteit.
Voor de liefhebber: een geweldig geschreven en mooi uitgevoerd boek met de laatste stand van steenuil-kennis, internationaal, is 'The little Owl', 2e editie, Dries van Nieuwenhuyse e.a. 2023. Bijzonder aanbevolen.
En ja, de torenvalken beleven een goed muizenjaar. De kasten puilden uit, zie de foto's met 6 jonge valken vlak voor uitvliegen rond 24 juni. Een enkele keer, laatst nog op 4 september, zie je weer juvenielen bij de oude kast, maar voor het overige zijn ze echt uitgevlogen. Opvallend nogmaals dat de steenuilen hier, niet van die muizenovervloed geprofiteerd hebben.
Verder heb ik mijn licht eens opgestoken bij de zwarte sterns in de polder Groot en Klein Oud-Aa, alwaar direct een haas door mijn zoekerbeeld galoppeert. De sterns broeden daar op vlotjes tussen de oorspronkelijke slootvegetatie en heel soms nog op die begroeiing zelf, voornamelijk gele plomp, al heb ik dat dit jaar niet kunnen vaststellen. Ik haal er een paar van mijn eerdere foto's van zwarte sterns bij. Vergelijk ze met de visdief, die ik in Noorden heb vastgelegd. In de Groene Jonker fotografeerde ik eind augustus een paapje dat, samen met vijf andere paapjes begonnen was aan de vroege nazomer-trek.
De laatste foto's in deze reeks: niet eerder hier geplaatste lepelaars uit Waverhoek, mijn mooiste zingende snor en mijn mooiste vliegende roerdomp.
Klik voor een overzicht van onderstaande serie.
Ik wens je veel kijkplezier!
Met vriendelijke groet,
Jieles van Baalen

Steenuil, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil ♀, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil ♀, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil ♀, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil ♀, Little Owl, Groene Hart 2025

Steenuil ♀, juv, Little Owl, Groene Hart juli 2025

Steenuil ♀, juv, Little Owl, Groene Hart 2025

Steenuil ♀, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil juv, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil juv, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil juv, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil juv, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil juv, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil juv, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil ♀, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil juv, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil juv, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil ♂, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil ♂, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil ♂, Little Owl, Groene Hart 2026

Steenuil ♂, Little Owl, Groene Hart 2026

Torenvalk juv, Common Kestrel, Kockengen 2026

Torenvalk juv, Common Kestrel, Kockengen 2026

Torenvalk juv, Common Kestrel, Kockengen 2026

Torenvalk ♀, juv, Common Kestrel, Kockengen 2026

Torenvalk ♀, Common Kestrel, Kockengen 2026

Torenvalk ♀, Common Kestrel, Kockengen 2026

Zwarte stern. Black Tern, Polder Groot en Klein Oud-Aa 2026

Zwarte stern. Black Tern, Polder Groot en Klein Oud-Aa 2026

Zwarte Stern, Black Tern, Kockengen 2020

Zwarte Stern, Black Tern, Kockengen 2020

Visdief, Common Tern, Noorden 2026

Visdief, Common Tern, Noorden 2026

Haas, Hare, Polder Groot en Klein Oud-Aa 2026

Haas, Hare, Polder Groot en Klein Oud-Aa 2026

Paapje juv, Whinchat, Groene Jonker 2026

Lepelaar, Eurasian Spoonbill, Waverhoek 2024

Snor, Savi's Warbler, Waverhoek 2025

Roerdomp, Eurasian Bittern, Marker Wadden 2024